Cody Johnson vertelde bij CBS Mornings dat hij ooit uit gesprekken met platenmaatschappijen in Nashville stapte toen die zijn uiterlijk wilden aanpassen. De countryzanger kreeg volgens zijn relaas te horen dat zijn muziek potentie had, maar dat succes pas mogelijk zou zijn nadat het label hem had veranderd. Een van de concrete suggesties: een baseballpet dragen. Johnson reageerde boos, brak de gesprekken af en liet de kans lopen.

Het voorval staat centraal in Johnsons terugblik op de periode waarin hij aansluiting zocht bij de industrie in Nashville. Hij vatte de houding van de labels samen als: goed genoeg om op te vallen, maar eerst passend te maken voor hun beeld van een artiest. Voor Johnson ging de kwestie dus verder dan kleding. Hij zag de voorgestelde verandering als een voorwaarde die aan zijn eigen manier van optreden en presenteren werd gekoppeld. Dat was voor hem reden om niet verder te onderhandelen.
Na de ontmoetingen keerde Johnson terug naar Texas en bleef hij zelfstandig werken. Hij verkocht cd’s vanuit zijn auto en bouwde zijn carrière verder op buiten een contract met een label uit Nashville. In die jaren speelde hij in bars en honkytonks. Tijdens het touren kreeg hij te maken met financiële druk en druk binnen zijn gezin, vertelde hij. Toch besloot hij niet terug te krabbelen of op te geven, ongeacht hoe zwaar het najagen van zijn doelen zou worden.
Johnson plaatste die vastberadenheid ook naast het beeld dat hij vroeger van zijn eigen mogelijkheden had. Hij zei dat hij nooit had gedacht dat hij een grote countryster kon worden of eigenaar van een veehouderij kon zijn. Die uitspraak geeft de afstand weer tussen zijn eerdere verwachtingen en de loopbaan die volgde. De keuze om na de gesprekken in Nashville onafhankelijk door te gaan, werd volgens zijn eigen verhaal dus geen tijdelijke pas op de plaats, maar een duidelijke koers.
Later tekende Johnson alsnog bij Warner Music Nashville. Zijn herinnering aan de eerste gesprekken maakt duidelijk dat een contract voor hem niet losstond van de voorwaarden waaronder hij wilde werken. Hij beschrijft geen afkeer van Nashville als plek of van een platencontract op zichzelf, maar van de eis dat hij zich vooraf zou aanpassen. De baseballpet bleef in zijn verhaal het meest tastbare voorbeeld van die botsing over identiteit en zeggenschap.

